Grafisch en tentoonstellingsontwerper

over Lies Ros

Toelichting op het werk (manifest)

Vooraf:

Mijn ouders hadden een zogeheten ‘Goed Wonen’ winkel. Design avant la lettre.
Ik kan het woord dan ook niet meer horen. Ontwerper worden was in die omgeving natuurlijk wel een logische uitdaging.
Toen ik op kamers ging (twee jaar voor ik op de Rietveld Academie kwam), woonde ik uit recalcitrantie tussen de Perzische tapijtjes. Inmiddels zijn die weer verdwenen en ben ik allang weer een ouderwetse modernist.
Ik ben ook de kleindochter van de uitvinder van de neushaarbijknipper. Helaas heeft hij in WO II het patent laten verlopen en iemand anders is ermee aan de haal gegaan. Maar ik heb zijn prototype nog. Een relikwie.
Dit was – heel kort, mijn voorgeschiedenis.

Verder:

Heel simpel: (1976) (gebiedende wijs)

1

Het werk levert een bijdrage aan het veranderen van de wereld.
Er zijn altijd mensen en groepen met wie je je verwant voelt, die jouw werk goed kunnen gebruiken.

2

‘Beweeg’ zoveel mogelijk mensen zonder veel concessies te doen aan je eigen, vaak experimentele, uitgangspunten.

3

Denk bij iedere opdracht die je krijgt: dit wordt het allerbeste dat ik ooit ga maken!

4

Ga opdrachtgevers uit de weg bij wie dit niet mogelijk is.

5

Krijg je geen opdrachten, word dan je eigen opdrachtgever.

6

Er is geen scheiding tussen werk en leven.

Gecompliceerder: (2000) (constateringen)

1

Ik ben begin jaren negentig met verve op de computertrein gesprongen. De wereld ‘verandert’ via veelvuldige en massale internetpetities. Je kent de actieve groepen vaak niet meer persoonlijk.

2

Ik doe daadwerkelijk mee als ik kans zie. Er is totale vrijheid van ontwerpen.

3

De ‘stijl’ die je moest ontwikkelen op de academie (of ‘handschrift’) wordt voor mij in de loop der jaren minder belangrijk. De inhoud van de opdracht bepaalt de vorm; belangrijker is de mentaliteit waarmee ik mijn werk tegemoet treed. Het is niet raar om die mentaliteit een handschrift te noemen denk ik. Mijn mentaliteit is mijn belangrijkste inzet. Daaraan kan je mijn werk herkennen. Het is goed om meer te doen als dat kan, maar minder als dat moet.
Wel of geen dubbele bodems, fantasie! Ironie.
Mijn werk past soms op een vingernagel, maar kan ook de grote hal van het Tropenmuseum vullen. De vorm kan verschillen; de wijze van benaderen van een opdracht is bijna altijd met de grootst mogelijke helderheid maar op het tweede gezicht met een kleine valkuil. Het liefst werk ik daarom met eigen beeld, daarmee kan je doen wat je wil.

De wereld is mijn archief:

‘Je camera sleepte je zoveel mogelijk met je mee, om delen van het grote archief binnen te halen voor je eigen schatkist. Die schatkist bestond en bestaat uit divers beeldmateriaal: zelfgemaakte foto’s, onderhand vele negatievenboeken vol, tegenwoordig dozenvol kleurafdrukken, gemaakt met een kleine aps-camera, lades-vol uit de krant geknipte foto’s, op het juiste moment in te zetten, maar ook: objecten, requisieten, die je weer fotografeert en gebruikt als het nodig is.
Het belangrijkst is natuurlijk het brein dat al deze onderdelen met elkaar kan verbinden omdat anders al deze stukjes maar doelloos op hun plek blijven liggen. Een belangrijk gegeven hierbij is taal: een beeld krijgt een andere inhoud door toevoeging van tekst.
Je eigen associërend vermogen is een tweede gegeven: bij een zin of een beeld een tweede beeld voor ogen krijgen of een nieuw idee laten ontstaan. Het komt natuurlijk ook vaak voor dat je naar aanleiding van gesprekken met je opdrachtgever nieuwe beelden bedenkt en die ensceneert. Dan, wat journalist Hofland zo mooi het ‘denken met je handen’ noemt, ergens beginnen en zien waar je uitkomt. Eerste vereiste is mooi basismateriaal. Soms kruipen de foto’s ook zelf stiekem naar elkaar toe. Een beproefde methode om ontwerpen te maken is lopen door de schatkist. Met het achterhoofd op scherp. Beste is dat altijd op scherp te hebben. Geen onderscheid tussen werk en leven.’ (uit een lezing over fotografie, eind jaren negentig, voor de HKU)

4

Ik denk bij elke opdracht die ik krijg: dit wordt het allerbeste dat ik ooit ga maken! Iedere keer weer en nog steeds.

5

Mijn argumenten moeten m’n opdrachtgevers ervan overtuigen dat ik voor het bereiken van de gewenste kwaliteit een bepaalde vrijheid nodig heb. Er ontstaat tegengas en dialoog, en dat is productief.
Als ik geen opdrachten heb, probeer ik mijn eigen opdrachtgever te worden. Genoeg mogelijkheden, van het aanvragen van subsidie voor een goed plan, inschrijven voor een opdracht in de openbare ruimte, tijdschrift oprichten, eventueel op internet, tentoonstellingen organiseren tot sponsors zien te krijgen.

6

Er is geen scheiding tussen werk en leven.

Nu (2012) (doorgaan)

1/2

Zelf acties organiseren als ontwerper via internet is een mogelijkheid. In de praktijk kost het even veel tijd en moeite als vroeger, maar je kan veel meer mensen bereiken en de vormgevingsmo­gelijkheden zijn groot en goedkoop.

3

Dit wordt het allerbeste dat ik ooit ga maken! Iedere keer denk ik het opnieuw. Kwaliteit moet nu beter getoetst worden: wat versta ik er eigenlijk onder. Het is voor een deel intuïtie, het gevoel ‘dit klopt’, maar zeker bij langdurige projecten heb je ook de reflectie van anderen nodig. Het ‘briljante’ idee dat je hebt gekregen via het lopen door de schatkist kan, eenmaal onder vuur door vertrouwensper­sonen, beter worden of in rook opgaan (soms beter ook).

4

Ik ben in de loop der jaren intensiever gaan samenwerken met mijn opdrachtgevers.
De keuze van opdrachtgevers voor mijn werk en persoon, en omgekeerd, mijn keuze voor deze opdrachtgevers resulteerde in een sfeer waar kwaliteit kon gedijen omdat geen van de betrokken partijen een blad voor de mond hoefde nemen. We werkten samen in langdurige projecten, zoals boeken en tentoonstellingen.
(Er was niet alleen overleg met de directeur, maar ook met de conservator, externe medewerkers en de technische dienst.)

5

Oh, opeens moet je op bijeenkomsten netwerken. Aan de andere kant geldt nog steeds: word je eigen opdrachtgever. Het ‘printing on demand’ boekje Explosief drukwerk) is hier een voorbeeld van.
Crowdfunding is de (nieuwe) term. Het is aan de ene kant moeilijker door de economische crisis, aan de andere kant biedt het internet natuurlijk ongekende mogelijkheden, die door ontwerpers onderzocht kunnen worden.

6

Er is geen scheiding tussen werk en leven.

Legenda:

1

(maatschappelijke betrokkenheid)

2

(communicatie)

3

(kwaliteit)

4

(relatie opdrachtgever-ontwerper bepaalt mede de kwaliteit van het ontwerpen in Nederland)

5

(cultureel ondernemerschap)

6

(hartstocht)



Mond uit: Home Is My Memory Castle, huidig project
Lies Ros, 2013
stalenkaart